Klant wil vijftien dingen. Gisteren. Budget voor vijf.
“Hoge prioriteit.” “Middel prioriteit.” “Lage prioriteit.” Tegen het einde van de meeting is alles hoge prioriteit. Die labels zijn waardeloos.
MoSCoW dwingt tot keuzes.
Must have – zonder dit faalt het project. Niet-onderhandelbaar.
Should have – belangrijk, maar kan wachten als het moet.
Could have – leuk, en het eerste wat sneuvelt bij tijdsdruk.
Won’t have – niet nu. Expliciet buiten scope.
Het ongemakkelijke moment komt wanneer je samen door de lijst gaat. Ze kunnen niet alles hebben. Dat is het punt.
Klanten proberen alles Must have te maken. Duw terug: “Als we maar drie dingen kunnen opleveren, welke drie?”
En wees hard over Won’t haves. Voelt vervelend, voorkomt ellende. “We zijn overeengekomen dat analytics dashboards buiten scope zijn. Klopt?”
Een klant wilde hun portaal herbouwen. Eerste lijst: 42 features. Na MoSCoW: 6 Must haves, 8 Should haves, 12 Could haves, 16 Won’t haves. Budget stond Must haves plus de helft van Should haves toe. Gelanceerd in zes weken, niet zes maanden.
Scope creep wordt simpel. Iemand vraagt iets nieuws? “Is dit een Must have? Dan moet iets anders naar Won’t have.”
Ja zeggen tegen alles betekent niets goed opleveren.