“Moeten we Agile of Waterfall gebruiken?” Verkeerde vraag. Betere vraag: wat is de beste manier om te leveren wat je nodig hebt?
Waterfall: alles vooraf plannen, bouwen, aan het einde opleveren. Agile: een beetje plannen, een beetje bouwen, leren, aanpassen, herhalen. Dat is het.
Je kunt geen halve brug bouwen en testen met verkeer. Waterfall werkt als requirements niet veranderen, veranderingen duur zijn, of je een fixed-scope contract hebt.
Je denkt dat je weet wat klanten willen. Je hebt waarschijnlijk ongelijk. Agile werkt als requirements evolueren, gebruikersfeedback ertoe doet, of “klaar” onduidelijk is aan het begin.
De val: consultant komt opdagen en zegt “we doen Agile.” Klant heeft een fixed-price contract met harde deadline. Consultant staat op sprints en retrospectives, project faalt. Je werk is niet methodologie opleggen. Het is resultaten leveren met de restricties die je krijgt.
Echte projecten passen niet in nette categorieën. Migratieproject? Waterfall voor infrastructuur, Agile voor features erop. ERP? Waterfall voor het kernsysteem, Agile voor custom workflows.
Junior: “We moeten Agile gebruiken omdat Agile beter is.” Senior: “Iteratief voor klantgerichte features omdat requirements onduidelijk zijn. Gefaseerd voor backend migratie omdat de technische volgorde vast is.”
De vaardigheid is niet methodologieën kennen. Het is weten wanneer je wat gebruikt. Klanten herinneren zich niet of je Agile of Waterfall gebruikte. Ze herinneren zich dat je leverde.